Verdwaald

Hij liep door de straten,
keek schichtig om zich heen.
Eenzaam en verlaten,
verdwaald, niet wetend waarheen.

Een kind van nog geen tien,
niemand keek naar hem om,
Door zijn tranen kon hij niets zien,
hij vroeg zich af, waarom, waarom.

Waarom deden mensen elkaar dit aan,
zagen en voelde ze dan niet.
Moest hij alleen verder gaan,
zij voelde zijn tranen niet.

Een kind wat gelukkig zou moeten zijn,
niet wetend waar hij nu liep.
Liep daar nu met zoveel pijn,
een kind met intens verdriet.

Een kind, een hondje in zijn armen,
was alles wat hij nog bezat.
Om hem te troosten en te verwarmen,
weg van alles wat hij ooit had.


Patricia 2004

© 2004